HET LICHT
De wet van het licht behoort bij het tijdloze .
De uitwerking van de wet van het licht behoort tot het rijk van tijd en beweging, tot het universum waarin alles voortdurend in verandering is. Wij nemen de werking van het licht waar via onze zintuigen, vooral via onze ogen.
Licht is beweging. Het verplaatst zich met een snelheid die zo groot is dat onze zintuigen die niet rechtstreeks kunnen ervaren. De invloed van deze wet op het bestaan is fundamenteel: haar werking is onverwoestbaar, haar kracht onuitputtelijk en haar aanwezigheid onontkoombaar.
Hierdoor is er ruimte die zijn vorm heeft door de onverbiddelijke en onverwoestbare uitwerking van de wet .
Zonder beweging zou er geen tijd nodig zijn. Waar iets zich van het ene punt naar het andere verplaatst, ontstaat immers het begrip tijd.
De wet van het licht vormt daardoor niet alleen een basis voor het bestaan van ruimte, maar ook voor het bestaan van tijd.
Ruimte, beweging en tijd zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dankzij wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van nauwkeurige meetinstrumenten hebben wij de snelheid van het licht kunnen bepalen. Deze bedraagt 299.792,458 kilometer per seconde.
Volgens Einstein is tijd niet absoluut, maar relatief. Dat betekent dat tijd niet overal op dezelfde manier verloopt. Wanneer de duur van een seconde verschilt, kunnen ook metingen en waarnemingen verschillen.
Daarnaast speelt ook het medium waarin het licht zich voortplant een belangrijke rol. Licht gedraagt zich anders in verschillende omstandigheden, waardoor metingen en resultaten kunnen variëren.