LAAT ONS EERLIJK BLIJVEN IN ONS DENKEN OVER HET BESTAAN VAN HET HEELAL
Wanneer wij nadenken over het bestaan van het heelal , stoten we als snel op een fundamentele vraag : is alles wat er bestaat onderworpen aan de tijd , of is er ook een werkelijkheid die buiten de tijd staat ?.
Deze vraag lijkt eenvoudig maar raakt aan de grenzen van ons denken . Misschien kunnen we deze vraag terugbrengen tot twee mogelijkheden . Ofwel is het bestaan gebonden aan tijd , ofwel bestaat er ook een werkelijkheid die niet gebonden is aan de tijd.
HET TIJDRIJK De wereld die wij kennen is zonder twijfel een tijdrijk . Alles om ons heen verandert voortdurend . Elke seconde brengt een nieuwe toestand voort en laat de vorige verdwijnen . Ook de ruimte en de tijd zijn hier onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alles heeft zijn plaats . Alles heeft een vorm . Elk voorwerp , elk levend wezen en zelfs sterrenstelsels kennen een begin en een einde . Beweging betekend dat iets zich verplaatst van de ene plaats naar de andere. Tussen die plaatsen bestaat afstand . Snelheid beschrijft de afstand die afgelegd wordt in een bepaalde tijdspanne .
Ook wij maken deel uit van dit tijdsgebonden bestaan . Ons lichaam ontstaat , groeit , veroudert en sterft . Geen enkel levend wezen ontsnapt aan deze wetmatigheid . De tijd vormt het kader waarbinnen alles zich afspeelt met inbegrip van ons denken . Ons denken is erdoor gevormd . Onze hersenen zijn producten van het heelal en functioneren binnen dezelfde werkelijkheid waarin zij zijn ontstaan. Daarom denken wij spontaan in termen van verleden , heden en toekomst. Wij begrijpen gebeurtenissen als reeksen van oorzaken en gevolgen. Wij redeneren vanuit begrippen als begin en einde , groter en kleiner , vroeger en later.
Hierdoor ontstaat er een bijzonder probleem , wanneer wij proberen na te denken over iets dat niet aan tijd onderworpen is . Wij beschikken immers niet over de mentale instrumenten om ons een volledig tijdloze werkelijkheid voor te stellen. Zelfs wanneer wij denken het begrip "oneindig " te begrijpen , blijven wij gevangen binnen onze gewone manier van denken .
Het begrip "oneindig " fascineert de mens al eeuwen. Hier rijst de vraag of het werkelijk buiten tijd en ruimte ligt . Wanneer wij aan oneindig denken stellen we ons een proces voor dat nooit ophoudt . We tellen steeds verder , een , twee , drie , zonder einde , er kan altijd nog eentje bij. Maar daarin schuilt een opmerkelijke beperking . Het oneindige dat wij ons voorstellen , blijft afhankelijk van van een voortdurende opeenvolging . Er is steeds een volgende stap . Dat betekend dat ons denken nog altijd binnen de sfeer van tijd opereert .
Zelfs een eindeloze lijn bestaat uit opeenvolgende punten . Een eindeloze tijdsduur blijft een opeenvolging van momenten. Ons begrip van oneindigheid is niet werkelijk tijdloos . Het is slechts een uitbreiding van tijd en ruimte tot voorbij elke grens die wij kunnen bereiken .
Het oneindige waarvan wij spreken is niet het ultieme , maar is slechts het uiterste punt waarop ons denken nog grip heeft .
HET TIJDLOZE Wat zou het betekenen om werkelijk buiten de tijd te bestaan .
Een tijdloze werkelijkheid kent geen verleden en geen toekomst. Zij verandert niet, omdat verandering alleen mogelijk is wanneer er een "vroeger" en een "later" bestaat. Zij heeft geen begin, want een begin veronderstelt een moment waarop iets nog niet bestond en daarna wel ontstaat. Evenmin heeft zij een einde.
Het tijdloze kan niet bereikt worden door een reis, want elke verplaatsing vereist ruimte en tijd. Het kan niet worden aangewezen, omdat het geen plaats nodig heeft. Met begrippen als "oneindigheid" proberen wij het tijdloze te benaderen, maar volledig vatten zullen wij het nooit.
Alles wat geen vorm heeft, geen plaats inneemt en niet aan tijd gebonden is, behoort tot het domein van het tijdloze. Ook de universele wetten maken daarvan deel uit. Het tijdloze vormt een onveranderlijk geheel van kennis en wetmatigheden, waarvan het heelal de zichtbare uitwerking is. Omdat deze wetten eeuwig zijn, is ook hun werkzaamheid eeuwig. Alles wat in het heelal bestaat of gebeurt, is immers onderworpen aan wetten.
Wanneer ik hierover nadenk, komt spontaan de zwaartekrachtwet in mij op. De wet zelf kunnen wij nergens aanwijzen. Zij neemt geen ruimte in en is niet afhankelijk van een bepaald moment in de tijd. Wat wij waarnemen zijn uitsluitend haar gevolgen. Of een appel nu in Afrika of Amerika van een boom valt, steeds is dezelfde wet werkzaam. Voor de wet maakt het geen verschil waar of wanneer haar invloed zichtbaar wordt.
De zwaartekrachtwet bestaat eenvoudigweg. Zij is alomtegenwoordig. Tot in de verste uithoeken van het heelal laat zij haar werking gelden. Zij is. Niet gisteren, niet morgen, maar altijd. Zij is een werkelijkheid die niet ontstaat en niet vergaat, maar eenvoudig aanwezig is. De wet zelf draagt de kenmerken van het tijdloze en het eeuwige.
Wij kunnen de werking van een wet beschrijven met woorden of mathematische formules, maar noch woorden noch formules bezitten op zichzelf enige kracht. Zij beschrijven slechts wat de wet tot stand brengt.
De greep van de wet op het bestaan is onverwoestbaar. Haar kracht is onuitputtelijk. Haar aanwezigheid is onontkoombaar. Daarom behoren natuurwetten tot het tijdloze.
Ook de wetten van het licht wortelen in het tijdloze en het eeuwige. Hun uitwerkingen verschijnen echter in het rijk van ruimte en tijd, waar zij vorm aannemen en met elkaar in relatie treden . Wat wij waarnemen als beweging, groei, verval, ontstaan en verdwijnen . Hoewel de wetten zelf onveranderlijk blijven, beïnvloeden hun verschijningsvormen elkaar voortdurend . Zo is er de dynamische werkelijkheid die wij als het heelal ervaren . Eeuwige wetten kunnen ontelbare vormen voortbrengen zonder zelf te veranderen.
In die zin is het heelal niet de bron van de wetten, maar hun zichtbare uitdrukking. Achter iedere ster, iedere planeet, iedere levende cel en iedere gedachte schuilt een ordening die niet aan tijd onderworpen is. Het zichtbare komt en gaat, maar de grondslag waaruit het voortkomt blijft onaangetast aanwezig.
Misschien is juist daarin het diepste mysterie van het bestaan gelegen: dat alles wat wij als werkelijkheid ervaren voortdurend verandert, terwijl de beginselen die deze werkelijkheid mogelijk maken zelf onveranderlijk zijn.
Het tijdelijke rust op het tijdloze.
Zo lijkt het tijdloze niet ver van ons verwijderd te zijn. Het bevindt zich niet ergens buiten het heelal, noch aan het einde van een denkbeeldige reis. Het is aanwezig in elke wet die werkzaam is, in elke orde die zichtbaar wordt en in elke structuur die het bestaan draagt. Wij zien het niet rechtstreeks, maar herkennen het aan zijn voortdurende aanwezigheid in al wat is.
Het tijdloze openbaart zich niet als een gebeurtenis, maar als een steeds aanwezige grond van het zijn. Alles wat ontstaat, verwijst ernaar. Alles wat vergaat, laat het onaangetast achter. Het eeuwige spreekt niet door verandering, maar door de onveranderlijke wetmatigheid die achter alle verandering schuilgaat.
Alle fysische processen die wij waarnemen, van de beweging van sterrenstelsels tot de interacties tussen elementaire deeltjes, kunnen worden begrepen als manifestaties van onderliggende wetmatigheden. Die processen zijn dynamisch en veranderlijk, maar de fundamentele principes die eraan ten grondslag liggen blijven constant. De veranderlijkheid van de verschijnselen staat daarom niet in tegenstelling tot de onveranderlijkheid van de wetten; zij is er juist een rechtstreeks gevolg van.
Vanuit dit perspectief kan het heelal worden opgevat als de totale uitdrukking van een samenhangend geheel van fundamentele wetten. Deze wetten zijn zelf geen objecten binnen ruimte en tijd, maar abstracte structuren die bepalen welke verschijnselen mogelijk zijn en op welke wijze zij zich ontwikkelen. Hun bestaan is niet gebonden aan een specifieke plaats of een specifiek moment. Wat verandert zijn uitsluitend de toestanden waarin hun werking tot uitdrukking komt.
De natuurwetenschappen beschrijven deze wetmatigheden met behulp van mathematische modellen en theoretische constructies. Hoewel dergelijke modellen slechts benaderingen zijn van de werkelijkheid, wijzen zij op een opmerkelijke eigenschap van de natuur: de aanwezigheid van een orde die onafhankelijk lijkt te zijn van individuele gebeurtenissen. Dezelfde wetten die op aarde een vallende appel beschrijven, bepalen eveneens de baan van planeten, sterren en sterrenstelsels.
De fundamentele wetten van de natuur hebben geen leeftijd. Zij worden niet ouder, ontwikkelen zich niet en zijn niet afhankelijk van een bepaald tijdstip. Zij vormen de stabiele achtergrond waartegen alle veranderingen plaatsvinden. Gebeurtenissen ontstaan en verdwijnen, sterren worden geboren en doven uit, beschavingen verschijnen en verdwijnen, maar de onderliggende wetmatigheden blijven onveranderd.
Het waarneembare heelal kan aldus worden beschouwd als de dynamische manifestatie van een diepere, tijdloze orde. De stroom van gebeurtenissen die wij ervaren als verleden, heden en toekomst ontvouwt zich binnen de ruimtetijd, terwijl de fundamentele wetten zelf daar als het ware boven staan. Het tijdelijke is dan geen tegenstelling van het tijdloze, maar de zichtbare uitwerking ervan.